Celle is een van de belangrijkste residentiesteden van Nedersaksen. Bijna drie eeuwen lang was het de residentie van de hertogen van Braunschweig-Lüneburg en de regeringszetel van het belangrijkste Welfische vorstendom. Met het grootste aaneengesloten ensemble van vakwerkhuizen van Europa en diverse zowel klassieke als zeer moderne musea is Celle zeker het hoogtepunt van elke reis naar de Lüneburger Heide. Celle verrast met andere thema's zoals Bauhaus-architectuur en lichtkunst en overtuigt met een gevarieerd aanbod aan winkels, restaurants en overnachtingsmogelijkheden als stad van de korte afstanden voor jong en oud.
Het kasteel, gelegen in het idyllische vakwerkstadje, vertoont tot op de dag van vandaag sporen uit de tijd dat het een middeleeuwse heerschappijszetel was, een barokke RESIDENTIE tot 1705 en een zomerverblijf van de koningen van Hannover in de 19e eeuw. Beleef de modern geënsceneerde geschiedenis van het kasteel en zijn
bewoners. De barokke vertrekken van de laatste hertog van Celle, Georg Wilhelm, vormen met hun prachtige stucwerk een architectonisch hoogtepunt. De »Königssaal« (koningszaal) lokt met imposante schilderijen en geselecteerde koninklijke kostbaarheden.
Zo is de laatste hertogin, de hugenote Eléonore d’Olbreuse, de ‘stammoeder’ van verschillende Europese koningshuizen. Zij bracht in de 17e eeuw Franse flair naar Noord-Duitsland en verrijkte daarmee het hof- en stadsleven in Celle. Haar dochter Sophie Dorothea onderging een tragisch lot: na haar scheiding van keurvorst Georg Ludwig, de latere Britse koning Georg I, moest ze de rest van haar leven in ballingschap doorbrengen. Een soortgelijk lot trof de Deense koningin Caroline Mathilde, achterkleindochter van Sophie Dorothea. De gescheiden zus van koning Georg III bracht na de Struensee-affaire haar laatste drie levensjaren door in het kasteel van Celle, waar ze in 1775 stierf.