Het Nedersaksische Museum voor Kali- en Zoutwinning heeft zich ten doel gesteld de geschiedenis van de kalimijnbouw in Nedersaksen in kaart te brengen en levend te houden.
Op een tentoonstellingsoppervlakte van 250 m² krijgt de bezoeker een overzicht van het ontstaan van de kali-afzettingen en de winning en verwerking van de zouten, zowel boven als onder de grond.
De geschiedenis van de zoutwinning in Nedersaksen
Ongeveer 250 miljoen jaar geleden zijn er in Noord-Duitsland enorme zoutlagen afgezet.
Meer dan 200 van deze zoutkoepels bevinden zich in Nedersaksen. Niet alle zijn op mijnbouwkundige wijze ontgonnen.
Al 1100 jaar geleden werd er rond Empelde zout gewonnen. De winning van het kostbare minerale zout vond plaats uit zouthoudende bronnen.
Deze minerale zouten werden, met onderbrekingen, tot 1965 gewonnen in de zoutmijn van Badenstedt. Dankzij het werk van Justus von Liebig, die inzag hoe belangrijk kaliumzout is voor de landbouw, begon men in het midden van de 19e eeuw in Duitsland deze zoutlagen op mijnbouwkundige wijze te exploiteren.
In de regio Hannover werd ruim 100 jaar geleden begonnen met de winning van het „witte goud”. Door de bouw van vele kalifabrieken en nieuwe industriële vestigingen veranderde het landschap. Steden en gemeenten in de regio groeiden tot aanzienlijke omvang door de toestroom van vele duizenden nieuwe inwoners. De regio bloeide op. Nu, na meer dan 100 jaar, is er nog maar één fabriek in de regio in bedrijf. Alle andere fabrieken zijn om economische redenen gesloten of stilgelegd.
Bij het Kali- en Mijnbouwmuseum hoort ook een eigen zouttentoonstelling, waar meer dan 300 verschillende soorten zout uit de hele wereld te bewonderen zijn.
In een nagebouwde zogenaamde "mijngang" kunnen museumbezoekers zelf een mijnkarretje voortduwen en zelf zout delven.
Een interessant uitstapje voor gezinnen!