Het Große Freie is voortgekomen uit het Grote Graafschap tussen Hannover en Peine. De benaming ontstond in 1671. De inwoners beschikten over een reeks bijzondere rechten. Iedereen mocht bijvoorbeeld op eigen gezag zijn grondbezit verkopen, handel drijven, bier brouwen en wapens dragen. In ruil daarvoor was elke inwoner verplicht om militaire dienst te verrichten voor de landsheer. Deze privileges kwamen voort uit de omstreden soevereiniteitsverhoudingen tussen de Welfen en de bisschoppen van Hildesheim. Het bisdom noemde de inwoners "die Freien vor dem Nordwalde".
De eigen geschiedenis van de Vrije Burgers begint rond de 12e eeuw. Deze loopt door tot in het heden. Tot op de dag van vandaag getuigen de "Reihestellen" – de boerderijen waar zij oorspronkelijk gevestigd waren – van deze geschiedenis. Aan het hoofd stond een gekozen 'afgevaardigde'. Tot in de 19e eeuw was deze betrokken bij het bestuur en de rechtspraak van het ambt Ilten en behield zo de overgeleverde rechten van de Freien. Hoewel het belang ervan in de loop der eeuwen voortdurend is afgenomen, wil het museum de herinnering hieraan in ere houden en de kennis hierover overbrengen.
Daarnaast organiseert het museum wisselende tentoonstellingen.