Het museum is onderverdeeld in de afdelingen telegrafiegeschiedenis, schakel- en lijntechniek (dat wil zeggen de verbindingstechniek tot aan de eindgebruiker) en storingsonderdrukkingstechniek en straalverbindingtechniek. Daarnaast zijn er natuurlijk ook telefoontoestellen te zien, die de bezoekers ook mogen bedienen. Daar komen nog expositiestukken bij op het gebied van straalverbindingtechniek en bedrijfs- en amateurradio. Om de inrichting van het nieuwe museum te kunnen realiseren, werkte de Hannoversche Fernmeldeclub nauw samen met de vereniging die het tram-museum beheert. Na jaren van voorbereiding is de tentoonstelling nu open voor bezoekers.
Hoogtepunten van de permanente tentoonstelling
Een hoogtepunt van de permanente tentoonstelling is de replica van een „Gauss-Weber-telegraaf” uit 1833, waarvan er volgens de Fernmeldeclub in dit land slechts vijf exemplaren bestaan. Ook zijn in het museum de zeer zeldzame replica’s te zien van de eerste commercieel gebruikte telefoons van Philipp Reis en Alexander Graham Bell, waarvan de originelen rond 1870 zijn gemaakt. Wat betreft de schakeltechniek is vooral een grote lokale schakelcentrale uit verschillende tijdperken, die functioneel is gekoppeld, het vermelden waard. De oudste onderdelen daarvan dateren uit het begin van de jaren twintig van de 19e eeuw en werken nog steeds in de tentoonstelling.
De laatste handmatige schakelconsole van Duitsland
Terwijl grote telefooncentrales met hun luidruchtig ratelende zogenaamde draaischijven op leken eerder een onoverzichtelijke indruk maken, kan het ook overzichtelijker en vooral stiller. De volgens het Trammuseum laatste handmatige telefooncentrale van Duitsland, die in Uetze pas in april 1966 werd vervangen door een automatische lokale telefooncentrale, is hier in het museum te zien. De laatste "telefoonoperatrice" bediende op deze manier nog het hele lokale netwerk van Uetze, dat destijds 374 abonnees telde. De presentatie van moderne digitale technologie en smartphones komt in het museum slechts terloops aan bod. Aan de hand van de eerste, nogal logge mobiele telefoons wordt echter voor iedereen de lange weg daar naartoe duidelijk gemaakt.
Een enorme collectie en werkplaatsen op het museumterrein
Duizenden andere tentoongestelde stukken en talloze reserveonderdelen zijn te vinden op honderden meters aan rekken in de enorme opslagruimte, die nog eens zo’n 600 vierkante meter aan oppervlakte beslaat. Binnen het museum bevinden zich een vrij uitgebreide vakbibliotheek, een kleine bioscoop en enkele recreatieruimtes. Ook de werkplaatsen zijn hier ondergebracht, want alle tentoongestelde apparaten worden in werkende staat gebracht, zodat de bezoekers alles ook in werking kunnen bekijken.
Rit met een historische tram
De openingstijden van het Tram- en Telecommunicatiemuseum zijn op elkaar afgestemd. Beide musea zijn van begin april tot eind oktober op alle zondagen en feestdagen geopend van 11.00 tot 17.00 uur, waarna ze enkele maanden hun deuren sluiten voor de winterstop. Naast de toegangsprijs voor het Trammuseum moet een extra bedrag van € 2,00 voor volwassenen en € 1,00 voor kinderen worden betaald. Dit kan naar keuze al bij het betreden van het museumterrein of pas later, bij de ingang van het Telecommunicatiemuseum, worden betaald. De rit op het museumterrein vindt plaats met een van de historische trams van de regelmatig rijdende rondrit. De conducteur kondigt aan wanneer u bij de halte „Hohenfels-Süd“ moet uitstappen. U kunt zelf bepalen wanneer u de terugreis maakt.
Meer informatie vindt u op de Homepage van de Hannoverse Telecommunicatieclub
Bron: Tram-museum Hannover / Hannoversche Fernmeldeclub